Het woord genereus komt eigenlijk niet voor in mijn dagelijks taalgebruik. Maar toen dit woord naar boven plopte nadat ik Vader gevraagd had, was het een mooie uitdaging om het woord te onderzoeken, te proeven en te bekijken.
Genereus…
Het doet denken aan vrijgevig, overvloedig, royaal.
Een liefdevol gebaar, een geschenk wat niet verwacht wordt. Je hoeft het niet te verdienen, het komt vanuit een zachte en liefdevolle hartsgesteldheid.
Genereus heeft voor mij ook de klank van onbaatzuchtig geven.
Je geeft het niet omdat je er iets voor terug wilt ontvangen, maar je gunt de ander iets. Misschien is het zelfs een geven van iets van je eigenlijk ook wel zelf had willen houden of ontvangen.
Het is in elk geval geen ‘voor-wat-hoort-wat’ geven.
Jezus is en geeft genereus. Als Hij de mensenmassa te eten geeft is dat zó royaal dat er nog manden vol eten overblijven. Hij had het niet hoeven doen. Hij deed het niet zodat ze dan maar zouden geloven. Het was zijn liefdevolle en gevende hart wat Hem genereus maakt.
Genereus ben je niet als je denkt dat je iets móet geven.
2 Korinthe 9:7 Laat ieder zo veel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft.
Genereus zijn kan lastig zijn voor mensen die veel tekort zijn gekomen. Tot op zekere hoogte wil en kan je dan wel delen en geven, maar er komt vaak een punt dat je geconfronteerd wordt met je eigen leegtes. Dat roept dan een gedachte op van: Ho, wacht even, ik ben er ook nog! Wie zorgt er dan voor mij?
Hoe meer we de leegtes in onze ziel door God laten vullen en genezen, hoe meer we zijn karakter kunnen aannemen en representeren.
Ik mag het woord genereus dan niet vaak gebruiken, ik bid God of Hij door mij heen genereus wil zijn.
Gebed: Here, wilt U me leren om met een blijmoedig hart, vanuit een vrije keus, maar in navolging van U, een houding te hebben van genereus zijn. Help me maar om met uw ogen van liefde om me heen te kijken en leid me maar, zodat ik weet wanneer en waar ik namens U iets mag geven.
